arrojarVervoeging
arrojar means gooien.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de imperfectum conjunctief zoals 'arrojara' of 'arrojase' voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd conjunctief zoals 'arroje' (ik/hij/zij/u) en 'arrojen' (zij/jullie) na twijfel, wensen, emoties.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no' + tegenwoordige tijd conjunctief, zoals 'no arrojes' (jij) en 'no arrojen' (jullie/zij), voor negatieve commando's.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'arroja' (jij) en 'arrojen' (jullie/zij) voor directe commando's.
Indicative
Conditional
De conditioneel van arrojar is regelmatig: arrojaría, arrojarías, arrojaría, arrojaríamos, arrojaríais, arrojarían.
Preterite
De pretérito perfecto simple van arrojar is regelmatig: arrojé, arrojaste, arrojó, arrojamos, arrojasteis, arrojaron.
Imperfect
De imperfectum van arrojar is regelmatig: arrojaba, arrojabas, arrojaba, arrojábamos, arrojabais, arrojaban.
Present
De tegenwoordige tijd van arrojar is regelmatig: arrojo, arrojas, arroja, arrojamos, arrojáis, arrojan.
Future
De toekomende tijd van arrojar is regelmatig: arrojaré, arrojarás, arrojará, arrojaremos, arrojaréis, arrojarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng arrojar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'arrojar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent arrojar in het Spaans?
arrojar betekent "gooien".
Is arrojar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
arrojar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je arrojar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van arrojar is: yo arrojo, tú arrojas, él/ella/usted arroja, nosotros arrojamos, vosotros arrojáis, ellos/ellas/ustedes arrojan.
Hoe vervoeg je arrojar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van arrojar is: yo arrojé, tú arrojaste, él/ella/usted arrojó, nosotros arrojamos, vosotros arrojasteis, ellos/ellas/ustedes arrojaron.
