arruinarVervoeging
arruinar betekent ruïneren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Arruinar is regelmatig in de tegenwoordige tijd: arruino, arruinas, arruina, arruinamos, arruináis, arruinan.
Future
De toekomende tijd van 'arruinar' wordt gevormd door -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe te voegen aan het hele werkwoord.
Imperfect
In de onvoltooid verleden tijd gebruikt 'arruinar' de reguliere -aba uitgangen: arruinaba, arruinabas, arruinaba, arruinábamos, arruinabais, arruinaban.
Conditional
De conditionele wijs van 'arruinar' is regelmatig: voeg -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían toe aan het hele werkwoord.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'arruinar' is regelmatig: arruiné, arruinaste, arruinó, arruinamos, arruinasteis, arruinaron.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van 'arruinar' gebruikt altijd de tegenwoordige conjunctief-vormen voorafgegaan door 'no'.
Imperative
De gebiedende wijs van 'arruinar' gebruikt 'arruina' (tú), 'arruinad' (vosotros) en de gebiedende wijs-vormen uit de conjunctief voor de rest.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'arruinar' gebruikt -e uitgangen: arruine, arruines, arruine, arruinemos, arruinéis, arruinen.
Imperfect Subjunctive
De verleden conjunctief van 'arruinar' is regelmatig: arruinara, arruinaras, arruinara, arruináramos, arruinarais, arruinaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng arruinar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'arruinar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent arruinar in het Spaans?
arruinar betekent "ruïneren".
Is arruinar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
arruinar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je arruinar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van arruinar is: yo arruino, tú arruinas, él/ella/usted arruina, nosotros arruinamos, vosotros arruináis, ellos/ellas/ustedes arruinan.
Hoe vervoeg je arruinar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van arruinar is: yo arruiné, tú arruinaste, él/ella/usted arruinó, nosotros arruinamos, vosotros arruinasteis, ellos/ellas/ustedes arruinaron.
