asaltarVervoeging
asaltar means beroven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte aanvoegende wijs, zoals 'asaltara' of 'asaltase', drukt hypothetische of onwerkelijke situaties uit het verleden uit.
Present Subjunctive
Tegenwoordige aanvoegende wijsvormen zoals 'asalte' (ik) drukken wensen, twijfels of emoties uit over huidige/toekomstige gebeurtenissen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen zoals 'no asaltes' (jij) gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs na 'no'.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'asalta' (jij) en 'asalten' (jullie/zij) voor directe bevelen met 'asaltar'.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'asaltar' (asaltaría, asaltarías...) drukt 'zou'-acties of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'asaltar' is regelmatig: asalté, asaltaste, asaltó, asaltamos, asaltasteis, asaltaron.
Imperfect
De imperfecto van 'asaltar' (asaltaba, asaltabas...) beschrijft lopende of gebruikelijke acties uit het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'asaltar' (asalto, asaltas, asalta...) beschrijft huidige acties of gewoonten.
Future
De toekomende tijd van 'asaltar' (asaltaré, asaltarás...) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng asaltar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'asaltar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent asaltar in het Spaans?
asaltar betekent "beroven".
Is asaltar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
asaltar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je asaltar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van asaltar is: yo asalto, tú asaltas, él/ella/usted asalta, nosotros asaltamos, vosotros asaltáis, ellos/ellas/ustedes asaltan.
Hoe vervoeg je asaltar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van asaltar is: yo asalté, tú asaltaste, él/ella/usted asaltó, nosotros asaltamos, vosotros asaltasteis, ellos/ellas/ustedes asaltaron.
