asegurarVervoeging
asegurar betekent verzekeren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van asegurar is regelmatig: aseguro, aseguras, asegura, aseguramos, aseguráis, aseguran.
Future
De toekomende tijd van asegurar is regelmatig: aseguraré, asegurarás, asegurará, aseguraremos, aseguraréis, asegurarán.
Imperfect
Het imperfectum van asegurar is regelmatig: aseguraba, asegurabas, aseguraba, asegurábamos, asegurabais, aseguraban.
Conditional
De conditionele tijd van asegurar is regelmatig: aseguraría, asegurarías, aseguraría, aseguraríamos, aseguraríais, asegurarían.
Preterite
Het preteritum van asegurar is regelmatig: aseguré, aseguraste, aseguró, aseguramos, asegurasteis, aseguraron.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van asegurar is: no asegures (tú), no asegure (usted), no aseguréis (vosotros), no aseguren (ustedes).
Imperative
Het affirmatieve imperatief van asegurar gebruikt: asegura (tú), asegure (usted), asegurad (vosotros), aseguren (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd subjonctif van asegurar is regelmatig: asegure, asegures, asegure, aseguremos, aseguréis, aseguren.
Imperfect Subjunctive
Het imperfectum subjonctif van asegurar is regelmatig: asegurara, aseguraras, asegurara, aseguráramos, asegurarais, aseguraran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng asegurar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'asegurar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent asegurar in het Spaans?
asegurar betekent "verzekeren".
Is asegurar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
asegurar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je asegurar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van asegurar is: yo aseguro, tú aseguras, él/ella/usted asegura, nosotros aseguramos, vosotros aseguráis, ellos/ellas/ustedes aseguran.
Hoe vervoeg je asegurar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van asegurar is: yo aseguré, tú aseguraste, él/ella/usted aseguró, nosotros aseguramos, vosotros asegurasteis, ellos/ellas/ustedes aseguraron.
