Inklingo
Twee mensen die elkaar stevig de hand schudden als teken van overeenstemming, wat een belofte of verzekering symboliseert.

asegurar

verzekeren

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord asegurar betekent verzekeren.

Tegenwoordige tijd:

yoaseguro
aseguras
él/ella/ustedasegura
nosotrosaseguramos
vosotrosaseguráis
ellos/ellas/ustedesaseguran

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedasegura
yoaseguro
aseguras
ellos/ellas/ustedesaseguran
nosotrosaseguramos
vosotrosaseguráis

De tegenwoordige tijd van asegurar is regelmatig: aseguro, aseguras, asegura, aseguramos, aseguráis, aseguran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

él/ella/ustedasegurará
yoaseguraré
asegurarás
ellos/ellas/ustedesasegurarán
nosotrosaseguraremos
vosotrosaseguraréis

De toekomende tijd van asegurar is regelmatig: aseguraré, asegurarás, asegurará, aseguraremos, aseguraréis, asegurarán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedaseguraba
yoaseguraba
asegurabas
ellos/ellas/ustedesaseguraban
nosotrosasegurábamos
vosotrosasegurabais

Het imperfectum van asegurar is regelmatig: aseguraba, asegurabas, aseguraba, asegurábamos, asegurabais, aseguraban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

conditional

él/ella/ustedaseguraría
yoaseguraría
asegurarías
ellos/ellas/ustedesasegurarían
nosotrosaseguraríamos
vosotrosaseguraríais

De conditionele tijd van asegurar is regelmatig: aseguraría, asegurarías, aseguraría, aseguraríamos, aseguraríais, asegurarían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

él/ella/ustedaseguró
yoaseguré
aseguraste
ellos/ellas/ustedesaseguraron
nosotrosaseguramos
vosotrosasegurasteis

Het preteritum van asegurar is regelmatig: aseguré, aseguraste, aseguró, aseguramos, asegurasteis, aseguraron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

ustedesno aseguren
nosotrosno aseguremos
no asegures
ustedno asegure
vosotrosno aseguréis

Het negatieve imperatief van asegurar is: no asegures (tú), no asegure (usted), no aseguréis (vosotros), no aseguren (ustedes).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

ustedesaseguren
nosotrosaseguremos
asegura
ustedasegure
vosotrosasegurad

Het affirmatieve imperatief van asegurar gebruikt: asegura (tú), asegure (usted), asegurad (vosotros), aseguren (ustedes).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

subjunctive

present

él/ella/ustedasegure
yoasegure
asegures
ellos/ellas/ustedesaseguren
nosotrosaseguremos
vosotrosaseguréis

De tegenwoordige tijd subjonctif van asegurar is regelmatig: asegure, asegures, asegure, aseguremos, aseguréis, aseguren.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedasegurara/asegurase
yoasegurara/asegurase
aseguraras/asegurases
ellos/ellas/ustedesaseguraran/asegurasen
nosotrosaseguráramos/asegurásemos
vosotrosasegurarais/aseguraseis

Het imperfectum subjonctif van asegurar is regelmatig: asegurara, aseguraras, asegurara, aseguráramos, asegurarais, aseguraran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng asegurar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'asegurar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.