asimilarVervoeging
asimilar means opnemen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de imperfect subjunctive (asimilaras/asimilaras) voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
Gebruik de present subjunctive van asimilar voor wensen, twijfels, emoties en onzekerheid (asimilé, asimiles, asimile, asimilemos, asimiléis, asimilen).
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no' + present subjunctive voor negatieve bevelen: no asimiles (jij), no asimile (u), no asimilemos (wij), no asimilen (jullie/zij), no asimiléis (jullie/gij).
Imperative
Gebruik de imperatief van asimilar voor directe bevelen: asimila (jij), asimile (u), asimilemos (wij), asimilen (jullie/zij), asimilad (jullie/gij).
Indicative
Conditional
De conditional van asimilar is regelmatig: asimilaría, asimilarías, asimilaría, asimilaríamos, asimilaríais, asimilarían.
Preterite
De preterite van asimilar is regelmatig: asimile, asimilaste, asimiló, asimilamos, asimilasteis, asimilaron.
Imperfect
De imperfect van asimilar is regelmatig: asimilaba, asimilabas, asimilaba, asimilábamos, asimilabais, asimilaban.
Present
De present tense van asimilar is regelmatig: asimilo, asimilas, asimila, asimilamos, asimiláis, asimilan.
Future
De future tense van asimilar is regelmatig: asimilaré, asimilarás, asimilará, asimilaremos, asimilaréis, asimilarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng asimilar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'asimilar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent asimilar in het Spaans?
asimilar betekent "opnemen".
Is asimilar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
asimilar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je asimilar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van asimilar is: yo asimilo, tú asimilas, él/ella/usted asimila, nosotros asimilamos, vosotros asimiláis, ellos/ellas/ustedes asimilan.
Hoe vervoeg je asimilar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van asimilar is: yo asimilé, tú asimilaste, él/ella/usted asimiló, nosotros asimilamos, vosotros asimilasteis, ellos/ellas/ustedes asimilaron.
