asociarVervoeging
asociar means associëren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van asociar heeft twee vormen voor elke persoon, zoals 'asociara'/'asociase' en 'asociaras'/'asociases'.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van asociar is 'asocie', 'asocies', 'asociemos', 'asociéis', 'asocien'.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor asociar gebruiken de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: 'no asocies', 'no asocie', 'no asociemos', 'no asociéis', 'no asocien'.
Imperative
Het gebiedende wijs van asociar is grotendeels regelmatig, met 'asocia', 'asociemos', 'asocien', 'asociad', 'asocie'.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van asociar is regelmatig: asociaría, asociarías, asociaría, asociaríamos, asociaríais, asociarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van asociar is regelmatig: asocié, asociaste, asoció, asociamos, asociasteis, asociaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van asociar is regelmatig: asociaba, asociabas, asociaba, asociábamos, asociabais, asociaban.
Present
De tegenwoordige tijd van asociar is regelmatig: asocio, asocias, asocia, asociamos, asociáis, asocian.
Future
De toekomende tijd van asociar is regelmatig: asociaré, asociarás, asociará, asociaremos, asociaréis, asociarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng asociar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'asociar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent asociar in het Spaans?
asociar betekent "associëren".
Is asociar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
asociar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je asociar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van asociar is: yo asocio, tú asocias, él/ella/usted asocia, nosotros asociamos, vosotros asociáis, ellos/ellas/ustedes asocian.
Hoe vervoeg je asociar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van asociar is: yo asocié, tú asociaste, él/ella/usted asoció, nosotros asociamos, vosotros asociasteis, ellos/ellas/ustedes asociaron.
