asomarVervoeging
asomar means gluren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctief 'asomara' of 'asomase' wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
De presens subjunctief 'asome' wordt gebruikt voor wensen, twijfels, emoties en onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no asomes' (jij), 'no asome' (u), 'no asomemos' (wij), 'no asoméis' (jullie), 'no asomen' (zij/u allen) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'asoma' (jij), 'asome' (u), 'asomemos' (wij), 'asomad' (jullie), 'asomen' (zij/u allen) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditioneel 'asomaría' is voor hypothetische situaties ('zou om de hoek kijken') of beleefde verzoeken.
Preterite
De pretérito perfecto simple van asomar is regelmatig: asomé, asomaste, asomó, asomamos, asomasteis, asomaron.
Imperfect
De imperfectum 'asomaba' beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden, of zet de scène.
Present
De tegenwoordige tijd 'asomo' is voor acties die nu gebeuren, gewoontes of algemene waarheden.
Future
De futurum 'asomaré' voorspelt of drukt waarschijnlijkheid uit over wanneer iets zal gebeuren.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng asomar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'asomar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent asomar in het Spaans?
asomar betekent "gluren".
Is asomar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
asomar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je asomar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van asomar is: yo asomo, tú asomas, él/ella/usted asoma, nosotros asomamos, vosotros asomáis, ellos/ellas/ustedes asoman.
Hoe vervoeg je asomar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van asomar is: yo asomé, tú asomaste, él/ella/usted asomó, nosotros asomamos, vosotros asomasteis, ellos/ellas/ustedes asomaron.
