aterrizarVervoeging
aterrizar betekent landen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Aterrizar is een regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: aterrizo, aterrizas, aterriza...
Future
De toekomende tijd van 'aterrizar' wordt gevormd door uitgangen aan het hele werkwoord toe te voegen: aterrizaré, aterrizarás...
Imperfect
Aterrizar is regelmatig in de imperfectum: aterrizaba, aterrizabas, aterrizaba...
Conditional
De conditioneel gebruikt het hele werkwoord plus uitgangen: aterrizaría, aterrizarías, aterrizaría...
Preterite
De verleden tijd van 'aterrizar' heeft een spellingverandering (z naar c) in de 'yo'-vorm: aterricé.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken altijd de vormen van de tegenwoordige tijd conjunctief: no aterrices, no aterrice...
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'aterriza' voor 'tú' en 'aterrice' voor formele bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'aterrizar' vereist een spellingverandering naar 'c': aterrice, aterrices...
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief is regelmatig: aterrizara, aterrizaras, aterrizara...
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aterrizar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aterrizar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aterrizar in het Spaans?
aterrizar betekent "landen".
Is aterrizar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aterrizar is een regular (with spelling change z→c in some forms) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aterrizar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aterrizar is: yo aterrizo, tú aterrizas, él/ella/usted aterriza, nosotros aterrizamos, vosotros aterrizáis, ellos/ellas/ustedes aterrizan.
Hoe vervoeg je aterrizar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aterrizar is: yo aterricé, tú aterrizaste, él/ella/usted aterrizó, nosotros aterrizamos, vosotros aterrizasteis, ellos/ellas/ustedes aterrizaron.
