aterrorizarVervoeging
aterrorizar betekent bangmaken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive is regelmatig, gebaseerd op de derde persoon meervoud preterite: aterrorizara, aterrorizaras, aterrorizara...
Present Subjunctive
Aterrorizar verandert van 'z' naar 'c' in alle vormen: aterrorice, aterrorices, aterrorice, etc.
Imperative
Negative Imperative
Alle negatieve bevelen gebruiken de present subjunctive vormen: no aterrorices, no aterrorice, no aterroricen.
Imperative
De imperatief gebruikt 'aterroriza' (tú) en 'aterroricen' (ustedes), met een spellingverandering in formele vormen.
Indicative
Conditional
De conditional is regelmatig: voeg -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían toe aan het hele werkwoord.
Preterite
Aterrorizar is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm, die 'z' verandert in 'c': aterroricé.
Imperfect
De imperfect is regelmatig: aterrorizaba, aterrorizabas, aterrorizaba, aterrorizábamos, aterrorizabais, aterrorizaban.
Present
De tegenwoordige tijd is volledig regelmatig: aterrorizo, aterrorizas, aterroriza, aterrorizamos, aterrorizáis, aterrorizan.
Future
De toekomende tijd is regelmatig: voeg de uitgangen -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe aan het hele werkwoord.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aterrorizar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aterrorizar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aterrorizar in het Spaans?
aterrorizar betekent "bangmaken".
Is aterrorizar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aterrorizar is een regular with a spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aterrorizar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aterrorizar is: yo aterrorizo, tú aterrorizas, él/ella/usted aterroriza, nosotros aterrorizamos, vosotros aterrorizáis, ellos/ellas/ustedes aterrorizan.
Hoe vervoeg je aterrorizar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aterrorizar is: yo aterroricé, tú aterrorizaste, él/ella/usted aterrorizó, nosotros aterrorizamos, vosotros aterrorizasteis, ellos/ellas/ustedes aterrorizaron.
