atorarVervoeging
atorar betekent verstoppen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte subjunctief van atorar (atorara/atorase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctief van atorar (atore, atores, atoremos, atoréis, atoren) drukt wensen, twijfels of emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' + tegenwoordige subjunctief: no atore, no atores, no atoremos, no atoréis, no atoren.
Imperative
Gebruik de imperatief van atorar voor directe bevelen: atora, atore, atoremos, atorad, atoren.
Indicative
Conditional
De conditionele vorm van atorar (atoraría, atorarías, atoraría, atoraríamos, atoraríais, atorarían) drukt 'zou' uit of beleefde suggesties.
Preterite
De preteritum van atorar (atoré, atoraste, atoró, atoramos, atorasteis, atoraron) beschrijft voltooide handelingen in het verleden.
Imperfect
De imperfectum van atorar (atoraba, atorabas, atoraba, atorábamos, atorabais, atoraban) beschrijft doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van atorar (atoro, atoras, atora, atoramos, atoráis, atoran) beschrijft huidige of gebruikelijke handelingen.
Future
De toekomende tijd van atorar (atoraré, atorarás, atorará, atoraremos, atoraréis, atorarán) geeft aan dat handelingen zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng atorar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'atorar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent atorar in het Spaans?
atorar betekent "verstoppen".
Is atorar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
atorar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je atorar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van atorar is: yo atoro, tú atoras, él/ella/usted atora, nosotros atoramos, vosotros atoráis, ellos/ellas/ustedes atoran.
Hoe vervoeg je atorar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van atorar is: yo atoré, tú atoraste, él/ella/usted atoró, nosotros atoramos, vosotros atorasteis, ellos/ellas/ustedes atoraron.
