atraparVervoeging
atrapar betekent vangen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van atrapar (atrapas, atrapa, atrapamos, etc.) beschrijft huidige acties, gewoontes en algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van atrapar (atraparé, atraparás, atrapará, etc.) geeft acties aan die zullen gebeuren.
Imperfect
De imperfectum van atrapar (atrapaba, atrapabas, atrapaba, etc.) beschrijft voortdurende of gebruikelijke acties in het verleden.
Conditional
De conditioneel van atrapar (atraparía, atraparías, atraparía, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties ('zou'), beleefde verzoeken en toekomende tijd in het verleden.
Preterite
De preteritum van atrapar (atrapé, atrapaste, atrapó, etc.) beschrijft voltooide acties in het verleden.
Imperative
Negative Imperative
Vorm negatieve bevelen voor 'atrapar' met 'no' + tegenwoordige tijd aanvoegende wijs: no atrapes, no atrape, no atrapen, no atrapemos, no atrapéis.
Imperative
Gebruik 'atrapa' (jij), 'atrape' (u), 'atrapen' (jullie/zij), 'atrapemos' (wij) en 'atrapad' (jullie) voor directe bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd aanvoegende wijs van atrapar (atrape, atrapes, atrapen, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie en onzekerheid.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum aanvoegende wijs van atrapar (bijv. 'atrapase', 'atrapases', 'atrapáramos') drukt hypothetische of onzekere acties in het verleden uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng atrapar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'atrapar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent atrapar in het Spaans?
atrapar betekent "vangen".
Is atrapar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
atrapar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je atrapar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van atrapar is: yo atrapo, tú atrapas, él/ella/usted atrapa, nosotros atrapamos, vosotros atrapáis, ellos/ellas/ustedes atrapan.
Hoe vervoeg je atrapar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van atrapar is: yo atrapé, tú atrapaste, él/ella/usted atrapó, nosotros atrapamos, vosotros atrapasteis, ellos/ellas/ustedes atraparon.
