atropellarVervoeging
atropellar means aanrijden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'atropellar' (bijv. 'atropellara') wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'atropellar' (bijv. 'atropelle') drukt wensen, twijfels of emoties uit over huidige of toekomstige gebeurtenissen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'atropellar' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: 'no atropelles' (rij niet over).
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs van 'atropellar' voor directe commando's zoals 'atropella' (jij, informeel) of 'atropellen' (jullie, formeel).
Indicative
Conditional
De conditionele van 'atropellar' (bijv. 'atropellaría') drukt 'zou'-acties of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De pretérito indefinido van 'atropellar' (bijv. 'atropellé') beschrijft een specifieke, voltooide actie van aanrijden in het verleden.
Imperfect
De imperfecto van 'atropellar' (bijv. 'atropellaba') beschrijft voortdurende of gebruikelijke acties van aanrijden in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'atropellar' (bijv. 'atropello') betekent 'ik rij aan' en wordt gebruikt voor huidige of gebruikelijke acties.
Future
De toekomende tijd van 'atropellar' (bijv. 'atropellaré') geeft aan dat acties zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng atropellar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'atropellar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent atropellar in het Spaans?
atropellar betekent "aanrijden".
Is atropellar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
atropellar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je atropellar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van atropellar is: yo atropello, tú atropellas, él/ella/usted atropella, nosotros atropellamos, vosotros atropelláis, ellos/ellas/ustedes atropellan.
Hoe vervoeg je atropellar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van atropellar is: yo atropellé, tú atropellaste, él/ella/usted atropelló, nosotros atropellamos, vosotros atropellasteis, ellos/ellas/ustedes atropellaron.
