aumentarVervoeging
aumentar betekent verhogen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van aumentar (aumento, aumentas, aumenta, etc.) beschrijft huidige acties, gewoonten of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van aumentar (aumentaré, aumentarás, etc.) spreekt over acties die zullen gebeuren.
Imperfect
De imperfect van aumentar (aumentaba, aumentabas, etc.) beschrijft voortdurende of gebruikelijke acties in het verleden of achtergrondinformatie.
Conditional
De conditionele tijd van aumentar (aumentaría, aumentarías, etc.) drukt 'zou'-acties, beleefdheid of toekomende tijd in het verleden uit.
Preterite
De preteritum van aumentar (aumenté, aumentaste, etc.) markeert voltooide acties in het verleden.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor aumentar gebruiken de tegenwoordige subjunctive: no aumentes, no aumente, no aumentemos, no aumenten, no aumentéis.
Imperative
Gebruik het imperatief van aumentar voor directe bevelen: ¡aumenta!, ¡aumente!, ¡aumentemos!, ¡aumenten!, ¡aumentad!
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctive van aumentar (aumente, aumentes, aumentemos, etc.) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of noodzaak.
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive van aumentar (aumentara/aumentase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aumentar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aumentar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aumentar in het Spaans?
aumentar betekent "verhogen".
Is aumentar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aumentar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aumentar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aumentar is: yo aumento, tú aumentas, él/ella/usted aumenta, nosotros aumentamos, vosotros aumentáis, ellos/ellas/ustedes aumentan.
Hoe vervoeg je aumentar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aumentar is: yo aumenté, tú aumentaste, él/ella/usted aumentó, nosotros aumentamos, vosotros aumentasteis, ellos/ellas/ustedes aumentaron.
