avanzarVervoeging
avanzar betekent vooruitgaan.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'avanzar' is regelmatig: avanzo, avanzas, avanza, avanzamos, avanzáis, avanzan.
Future
De toekomende tijd van 'avanzar' is regelmatig, gevormd door het toevoegen van uitgangen aan het hele werkwoord: avanzaré, avanzarás, avanzará...
Imperfect
De imperfecto van 'avanzar' is regelmatig: avanzaba, avanzabas, avanzaba, avanzábamos, avanzabais, avanzaban.
Conditional
De conditioneel van 'avanzar' is regelmatig: avanzaría, avanzarías, avanzaría, avanzaríamos, avanzaríais, avanzarían.
Preterite
De preterito van 'avanzar' heeft een spellingwijziging in de 'yo'-vorm (avancé), maar is verder regelmatig.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperativo van 'avanzar' gebruikt 'no' plus de vormen van de tegenwoordige subjunctief (no avances, no avance...).
Imperative
De imperativo van 'avanzar' gebruikt 'avanza' voor tú en 'avance/avancen' voor formele bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctief van 'avanzar' gebruikt altijd een 'c' (avance, avances, avance...) om de klank consistent te houden.
Imperfect Subjunctive
De imperfecto subjunctief van 'avanzar' is regelmatig: avanzara, avanzaras, avanzara, avanzáramos, avanzarais, avanzaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng avanzar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'avanzar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent avanzar in het Spaans?
avanzar betekent "vooruitgaan".
Is avanzar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
avanzar is een regular (with spelling change) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je avanzar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van avanzar is: yo avanzo, tú avanzas, él/ella/usted avanza, nosotros avanzamos, vosotros avanzáis, ellos/ellas/ustedes avanzan.
Hoe vervoeg je avanzar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van avanzar is: yo avancé, tú avanzaste, él/ella/usted avanzó, nosotros avanzamos, vosotros avanzasteis, ellos/ellas/ustedes avanzaron.
