avisarVervoeging
avisar betekent melden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De presens van avisar (aviso, avisas, avisa, etc.) betekent 'informeren' of 'waarschuwen'.
Future
De futurum van avisar (avisaré, avisarás, avisará, etc.) betekent 'zal informeren'.
Imperfect
De imperfect van avisar (avisaba, avisabas, etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke notificaties uit het verleden.
Conditional
De conditional van avisar (avisaría, avisarías, etc.) betekent 'zou informeren'.
Preterite
De preteritum van avisar (avisé, avisaste, avisó, etc.) betekent 'informeerde' of 'waarschuwde' over een voltooide actie.
Imperative
Negative Imperative
No avises (jij), no avise (u), no avisemos (wij), no aviséis (jullie), no avisen (zij/u allen) zijn de negatieve bevelen voor 'avisar'.
Imperative
Avisa (jij), avise (u), avisemos (wij), avisad (jullie), avisen (zij/u allen) zijn de gebiedende wijzen voor 'avisar'.
Subjunctive
Present Subjunctive
De presens subjunctive van avisar (avise, avises, avisemos, aviséis, avisen) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties.
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive van avisar (avisara/avisase) drukt hypothetische handelingen of wensen uit het verleden uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng avisar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'avisar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent avisar in het Spaans?
avisar betekent "melden".
Is avisar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
avisar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je avisar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van avisar is: yo aviso, tú avisas, él/ella/usted avisa, nosotros avisamos, vosotros avisáis, ellos/ellas/ustedes avisan.
Hoe vervoeg je avisar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van avisar is: yo avisé, tú avisaste, él/ella/usted avisó, nosotros avisamos, vosotros avisasteis, ellos/ellas/ustedes avisaron.
