ayudarVervoeging
ayudar betekent helpen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Ayudar' is regelmatig in de tegenwoordige tijd: ayudo, ayudas, ayuda, ayudamos, ayudáis, ayudan.
Future
De toekomende tijd van 'ayudar' wordt gevormd door uitgangen toe te voegen aan het hele werkwoord: ayudaré, ayudarás, ayudará, ayudaremos, ayudaréis, ayudarán.
Imperfect
'Ayudar' is regelmatig in de imperfecte tijd: ayudaba, ayudabas, ayudaba, ayudábamos, ayudabais, ayudaban.
Conditional
'Ayudar' is regelmatig in de conditionele wijs: ayudaría, ayudarías, ayudaría, ayudaríamos, ayudaríais, ayudarían.
Preterite
De verleden tijd (preterite) van 'ayudar' volgt het regelmatige -ar patroon: ayudé, ayudaste, ayudó, ayudamos, ayudasteis, ayudaron.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'ayudar' gebruikt de tegenwoordige tijd van de subjunctive: no ayudes, no ayude, no ayudemos, no ayudéis, no ayuden.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'ayudar' geeft bevelen: ayuda (jij), ayude (u), ayudad (jullie), ayuden (zij/u allen).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs (subjunctive) van 'ayudar' gebruikt -e uitgangen: ayude, ayudes, ayude, ayudemos, ayudéis, ayuden.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs (imperfect subjunctive) van 'ayudar' wordt gevormd uit de stam van 'ayudaron': ayudara, ayudaras, ayudara, ayudáramos, ayudarais, ayudaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng ayudar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'ayudar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent ayudar in het Spaans?
ayudar betekent "helpen".
Is ayudar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
ayudar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je ayudar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van ayudar is: yo ayudo, tú ayudas, él/ella/usted ayuda, nosotros ayudamos, vosotros ayudáis, ellos/ellas/ustedes ayudan.
Hoe vervoeg je ayudar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van ayudar is: yo ayudé, tú ayudaste, él/ella/usted ayudó, nosotros ayudamos, vosotros ayudasteis, ellos/ellas/ustedes ayudaron.
