azotarVervoeging
azotar means slaan met een zweep.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'azotar' (bijv. 'azotara', 'azotaras') wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'azotar' (azote, azotes, azoten) drukt wensen, twijfels of emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'azotar' gebruiken de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs, zoals 'no azotes' (jij) en 'no azoten' (jullie/u).
Imperative
Geboden in de gebiedende wijs voor 'azotar' zijn 'azota' (jij) en 'azoten' (jullie/u).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'azotar' (azotaría, azotarías, azotaría) wordt gebruikt voor hypothetica ('zou') en beleefde verzoeken.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van 'azotar' (azoté, azotaste, azotó) beschrijft voltooide acties in het verleden, zoals iets één keer slaan.
Imperfect
De onvoltooid verleden toekomende tijd van 'azotar' (azotaba, azotabas, azotaba) beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'azotar' (azoto, azotas, azota) wordt gebruikt voor acties die nu plaatsvinden, gewoontes en algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van 'azotar' (azotaré, azotarás, azotará) spreekt over acties die zullen gebeuren.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng azotar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'azotar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent azotar in het Spaans?
azotar betekent "slaan met een zweep".
Is azotar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
azotar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je azotar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van azotar is: yo azoto, tú azotas, él/ella/usted azota, nosotros azotamos, vosotros azotáis, ellos/ellas/ustedes azotan.
Hoe vervoeg je azotar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van azotar is: yo azoté, tú azotaste, él/ella/usted azotó, nosotros azotamos, vosotros azotasteis, ellos/ellas/ustedes azotaron.
