añorarVervoeging
añorar betekent verlangen naar.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum van de aanvoegende wijs van añorar (añorara/añorase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van añorar (añore, añores, añoremos, añoren) wordt gebruikt na uitdrukkingen van verlangen, twijfel of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van añorar gebruikt de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no añores (jij), no añore (u), no añoremos (wij), no añoren (jullie/zij), no añoréis (jullie).
Imperative
Het gebiedende wijs van añorar is añora (jij), añore (u), añoremos (wij), añoren (jullie/zij), añorad (jullie).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van añorar is añoraría, añorarías, añoraría, añoraríamos, añoraríais, añorarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van añorar is regelmatig: añoré, añoraste, añoró, añoramos, añorasteis, añoraron.
Imperfect
De imperfectum van añorar is añoraba, añorabas, añoraba, añorábamos, añorabais, añoraban.
Present
De tegenwoordige tijd van de indicatieve wijs van añorar is añoro, añoras, añora, añoramos, añoráis, añoran.
Future
De toekomende tijd van añorar is añoraré, añorarás, añorará, añoraremos, añoraréis, añorarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng añorar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'añorar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent añorar in het Spaans?
añorar betekent "verlangen naar".
Is añorar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
añorar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je añorar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van añorar is: yo añoro, tú añoras, él/ella/usted añora, nosotros añoramos, vosotros añoráis, ellos/ellas/ustedes añoran.
Hoe vervoeg je añorar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van añorar is: yo añoré, tú añoraste, él/ella/usted añoró, nosotros añoramos, vosotros añorasteis, ellos/ellas/ustedes añoraron.
