bastarVervoeging
bastar means genoeg zijn.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'bastar' verandert de 'a' in 'e': baste, bastes, baste, bastemos, bastéis, basten.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'bastar' is regelmatig: bastara, bastaras, bastara, bastáramos, bastarais, bastaran.
Imperative
Imperative
Het gebiedende wijs van 'bastar' wordt gebruikt om voldoende zijn te bevelen: basta, baste, bastemos, bastad, basten.
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'bastar' gebruikt vormen van de tegenwoordige tijd aanvoegende wijs: no bastes, no baste, no bastemos, no bastéis, no basten.
Indicative
Present
'Bastar' is een regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: basto, bastas, basta, bastamos, bastáis, bastan.
Preterite
De verleden tijd van 'bastar' is regelmatig: basté, bastaste, bastó, bastamos, bastasteis, bastaron.
Future
De toekomende tijd van 'bastar' wordt gevormd door uitgangen toe te voegen aan het hele werkwoord: bastaré, bastarás, bastará, bastaremos, bastaréis, bastarán.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van 'bastar' volgt het regelmatige '-aba' patroon: bastaba, bastabas, bastaba, bastábamos, bastabais, bastaban.
Conditional
De conditionele van 'bastar' is regelmatig: bastaría, bastarías, bastaría, bastaríamos, bastaríais, bastarían.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng bastar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'bastar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent bastar in het Spaans?
bastar betekent "genoeg zijn".
Is bastar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
bastar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je bastar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van bastar is: yo basto, tú bastas, él/ella/usted basta, nosotros bastamos, vosotros bastáis, ellos/ellas/ustedes bastan.
Hoe vervoeg je bastar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van bastar is: yo basté, tú bastaste, él/ella/usted bastó, nosotros bastamos, vosotros bastasteis, ellos/ellas/ustedes bastaron.
