bautizarVervoeging
bautizar means dopen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctief van bautizar is regelmatig: bautizara, bautizaras, bautizara, bautizáramos, bautizarais, bautizaran.
Present Subjunctive
Bautizar ondergaat een Z naar C spellingverandering vóór de letter 'e' in alle vormen: bautice, bautices, bautice, bauticemos, bauticéis, bauticen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt altijd de Z naar C spellingverandering: no bautices, no bautice, no bauticemos, no bauticéis, no bauticen.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'bautiza' (tú) en vormen met spellingverandering voor anderen: bautice (usted), bauticemos (nosotros), bauticen (ustedes).
Indicative
Conditional
De conditioneel van bautizar is regelmatig: bautizaría, bautizarías, bautizaría, bautizaríamos, bautizaríais, bautizarían.
Preterite
Bautizar is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm, die Z verandert in C: bauticé.
Imperfect
De imperfectum van bautizar is regelmatig: bautizaba, bautizabas, bautizaba, bautizábamos, bautizabais, bautizaban.
Present
Bautizar is volledig regelmatig in de tegenwoordige tijd indicatief: bautizo, bautizas, bautiza, bautizamos, bautizáis, bautizan.
Future
De toekomende tijd van bautizar is regelmatig: bautizaré, bautizarás, bautizará, bautizaremos, bautizaréis, bautizarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng bautizar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'bautizar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent bautizar in het Spaans?
bautizar betekent "dopen".
Is bautizar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
bautizar is een spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je bautizar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van bautizar is: yo bautizo, tú bautizas, él/ella/usted bautiza, nosotros bautizamos, vosotros bautizáis, ellos/ellas/ustedes bautizan.
Hoe vervoeg je bautizar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van bautizar is: yo bauticé, tú bautizaste, él/ella/usted bautizó, nosotros bautizamos, vosotros bautizasteis, ellos/ellas/ustedes bautizaron.
