borrarVervoeging
borrar betekent uitgummen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van borrar (borro, borras, borra, etc.) beschrijft huidige acties, gewoontes of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van borrar (borraré, borrarás, borrará, etc.) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Imperfect
De imperfectum van borrar (borraba, borrabas, borraba, etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden.
Conditional
De conditionele tijd van borrar (borraría, borrarías, borraría, etc.) drukt 'zou'-acties, beleefde verzoeken of de toekomst in het verleden uit.
Preterite
De preteritum van borrar (borré, borraste, borró, etc.) geeft voltooide handelingen in het verleden aan.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no borres' (jij), 'no borre' (u), 'no borremos' (wij), 'no borréis' (jullie), 'no borren' (zij/u allen) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'borra' (jij), 'borre' (u), 'borremos' (wij), 'borrad' (jullie), 'borren' (zij/u allen) voor directe bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd subjonctif van borrar (borre, borres, borremos, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van verlangen, twijfel, emotie en onzekerheid.
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjonctif van borrar (bv. borrara, borraras, borráramos) drukt wensen, twijfels of hypothetische situaties in het verleden uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng borrar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'borrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent borrar in het Spaans?
borrar betekent "uitgummen".
Is borrar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
borrar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je borrar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van borrar is: yo borro, tú borras, él/ella/usted borra, nosotros borramos, vosotros borráis, ellos/ellas/ustedes borran.
Hoe vervoeg je borrar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van borrar is: yo borré, tú borraste, él/ella/usted borró, nosotros borramos, vosotros borrasteis, ellos/ellas/ustedes borraron.
