brillarVervoeging
brillar betekent schijnen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'brillar' gebruikt '-ara'-uitgangen: brillara, brillaras, brillara, brilláramos, brillarais, brillaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'brillar' gebruikt '-e'-uitgangen: brille, brilles, brille, brillemos, brilléis, brillen.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'brillar' gebruikt de aanvoegende wijs: no brilles, no brille, no brillemos, no brilléis, no brillen.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'brillar' geeft bevelen: brilla (jij), brillad (jullie), brille (u).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'brillar' is regelmatig: brillaría, brillarías, brillaría, brillaríamos, brillaríais, brillarían.
Preterite
De verleden tijd van 'brillar' is regelmatig: brillé, brillaste, brilló, brillamos, brillasteis, brillaron.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van 'brillar' gebruikt '-aba'-uitgangen: brillaba, brillabas, brillaba, brillábamos, brillabais, brillaban.
Present
'Brillar' is regelmatig in de tegenwoordige tijd: brillo, brillas, brilla, brillamos, brilláis, brillan.
Future
De toekomende tijd van 'brillar' voegt uitgangen toe aan het infinitief: brillaré, brillarás, brillará, brillaremos, brillaréis, brillarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng brillar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'brillar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent brillar in het Spaans?
brillar betekent "schijnen".
Is brillar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
brillar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je brillar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van brillar is: yo brillo, tú brillas, él/ella/usted brilla, nosotros brillamos, vosotros brilláis, ellos/ellas/ustedes brillan.
Hoe vervoeg je brillar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van brillar is: yo brillé, tú brillaste, él/ella/usted brilló, nosotros brillamos, vosotros brillasteis, ellos/ellas/ustedes brillaron.
