bromearVervoeging
bromear betekent grappen maken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs (present subjunctive) van bromear gebruikt -e uitgangen: bromee, bromees, bromee, bromeemos, bromeéis, bromeen.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum aanvoegende wijs van bromear volgt het -ra patroon: bromeara, bromearas, bromeara, bromeáramos, bromearais, bromearan.
Imperative
Imperative
De bevestigende gebiedende wijs van bromear gebruikt bromea (tú) en bromead (vosotros).
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van bromear gebruikt de aanvoegende wijs (present subjunctive): no bromees, no bromee, no bromeemos, no bromeéis, no bromeen.
Indicative
Present
Bromear is een regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: bromeo, bromeas, bromea, bromeamos, bromeáis, bromean.
Preterite
De verleden tijd (preterite) van bromear is regelmatig: bromeé, bromeaste, bromeó, bromeamos, bromeasteis, bromearon.
Future
De toekomende tijd van bromear wordt gevormd door uitgangen aan het hele werkwoord toe te voegen: bromearé, bromearás, bromeará, etc.
Imperfect
De imperfectum van bromear gebruikt standaard -aba uitgangen: bromeaba, bromeabas, bromeaba, bromeábamos, bromeabais, bromeaban.
Conditional
De conditionele tijd van bromear voegt -ía uitgangen toe aan het hele werkwoord: bromearía, bromearías, bromearía, etc.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng bromear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'bromear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent bromear in het Spaans?
bromear betekent "grappen maken".
Is bromear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
bromear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je bromear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van bromear is: yo bromeo, tú bromeas, él/ella/usted bromea, nosotros bromeamos, vosotros bromeáis, ellos/ellas/ustedes bromean.
Hoe vervoeg je bromear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van bromear is: yo bromeé, tú bromeaste, él/ella/usted bromeó, nosotros bromeamos, vosotros bromeasteis, ellos/ellas/ustedes bromearon.
