burlarVervoeging
burlar betekent ontwijken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden: burlara, burlaras, burláramos, burlaran.
Present Subjunctive
Gebruikt voor wensen, twijfels of emoties: burle, burles, burlemos, burlen.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende bevelen gebruiken de tegenwoordige conjunctief: no burles, no burle, no burlemos, no burléis, no burlen.
Imperative
Gebruik bevelen met 'burlar': burla, burle, burlemos, burlad, burlen.
Indicative
Conditional
Gebruik de conditionele tijd voor hypothetische situaties of beleefde verzoeken: burlaría, burlarías, burlaríamos, burlarían.
Preterite
Gebruik de pretérito indefinido voor voltooide handelingen in het verleden: burlé, burlaste, burló, burlamos, burlaron.
Imperfect
Gebruik de imperfectum voor gewoonten of doorlopende handelingen in het verleden: burlaba, burlabas, burlábamos, burlaban.
Present
Gebruik de tegenwoordige tijd voor huidige handelingen of gewoonten: burlo, burlas, burla, burlamos, burlan.
Future
Gebruik de toekomende tijd voor wat zal gebeuren: burlaré, burlarás, burlará, burlaremos, burlarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng burlar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'burlar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent burlar in het Spaans?
burlar betekent "ontwijken".
Is burlar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
burlar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je burlar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van burlar is: yo burlo, tú burlas, él/ella/usted burla, nosotros burlamos, vosotros burláis, ellos/ellas/ustedes burlan.
Hoe vervoeg je burlar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van burlar is: yo burlé, tú burlaste, él/ella/usted burló, nosotros burlamos, vosotros burlasteis, ellos/ellas/ustedes burlaron.
