cabrearVervoeging
cabrear betekent irriteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'cabreara' of 'cabrease' (en varianten) voor hypothetische situaties uit het verleden of beleefde verzoeken in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik 'cabree', 'cabrees', 'cabreemos', 'cabréis', 'cabreen' na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of noodzaak.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' + de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no cabrees, no cabree, no cabreemos, no cabréis, no cabreen.
Imperative
Gebruik 'cabrea' (jij), 'cabree' (u), 'cabreemos' (wij), 'cabread' (jullie), 'cabreen' (zij/u allen) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'cabrear' is regelmatig: cabrearía, cabrearías, cabrearía, cabrearíamos, cabrearíais, cabrearían.
Preterite
De preteritum van 'cabrear' is regelmatig: cabreé, cabreaste, cabreó, cabreamos, cabreasteis, cabrearon.
Imperfect
De imperfectum van 'cabrear' is regelmatig: cabreaba, cabreabas, cabreaba, cabreábamos, cabreabais, cabreaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'cabrear' is regelmatig: cabreo, cabreas, cabrea, cabreamos, cabreáis, cabrean.
Future
De toekomende tijd van 'cabrear' is regelmatig: cabrearé, cabrearás, cabreará, cabrearemos, cabrearéis, cabrearán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cabrear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cabrear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cabrear in het Spaans?
cabrear betekent "irriteren".
Is cabrear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cabrear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cabrear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cabrear is: yo cabreo, tú cabreas, él/ella/usted cabrea, nosotros cabreamos, vosotros cabreáis, ellos/ellas/ustedes cabrean.
Hoe vervoeg je cabrear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cabrear is: yo cabreé, tú cabreaste, él/ella/usted cabreó, nosotros cabreamos, vosotros cabreasteis, ellos/ellas/ustedes cabrearon.
