cagarVervoeging
cagar betekent iets verknallen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de imperfecte conjunctief van 'cagar' voor hypothetische situaties in het verleden of wensen: 'si cagara,' 'ojalá cagase'.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige conjunctief na twijfels, wensen, emoties: 'espero que cagues', 'dudo que cague'.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's gebruiken 'no' + tegenwoordige conjunctief: 'no cagues' (jij), 'no caguen' (jullie).
Imperative
Gebruik 'cagar'-commando's direct: 'caga' (jij), 'caguen' (jullie), etc.
Indicative
Conditional
Gebruik de conditionele wijs voor hypothetische situaties ('zou'): 'cagaría' (ik zou verpesten), 'cagarían' (zij zouden verpesten).
Preterite
Gebruik de preteritum voor voltooide handelingen in het verleden: 'cagué' (ik verpestte), 'cagó' (hij/zij verpestte).
Imperfect
Gebruik de imperfectum voor lopende/gebruikelijke handelingen in het verleden: 'cagaba' (ik verpestte vroeger), 'cagaban' (zij verpestten vroeger).
Present
Gebruik de tegenwoordige tijd voor huidige handelingen of gewoonten: 'cago' (ik verpest), 'cagan' (zij verpesten).
Future
Gebruik de toekomende tijd voor voorspellingen: 'cagaré' (ik zal verpesten), 'cagarán' (zij zullen verpesten).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cagar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cagar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cagar in het Spaans?
cagar betekent "iets verknallen".
Is cagar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cagar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cagar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cagar is: yo cago, tú cagas, él/ella/usted caga, nosotros cagamos, vosotros cagáis, ellos/ellas/ustedes cagan.
Hoe vervoeg je cagar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cagar is: yo cagué, tú cagaste, él/ella/usted cagó, nosotros cagamos, vosotros cagasteis, ellos/ellas/ustedes cagaron.
