Inklingo
Een verdrietig kind dat naar een gebroken keramische vaas op de grond kijkt.

cagar

iets verknallen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord cagar betekent iets verknallen.

Tegenwoordige tijd:

yocago
cagas
él/ella/ustedcaga
nosotroscagamos
vosotroscagáis
ellos/ellas/ustedescagan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedescagaran
yocagara
cagaras
vosotroscagarais
nosotroscagáramos
él/ella/ustedcagara

Gebruik de imperfecte conjunctief van 'cagar' voor hypothetische situaties in het verleden of wensen: 'si cagara,' 'ojalá cagase'.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedescaguen
yocague
cagues
vosotroscaguéis
nosotroscaguemos
él/ella/ustedcague

Gebruik de tegenwoordige conjunctief na twijfels, wensen, emoties: 'espero que cagues', 'dudo que cague'.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no cagues
vosotrosno caguéis
ustedesno caguen
nosotrosno caguemos
ustedno cague

Negatieve commando's gebruiken 'no' + tegenwoordige conjunctief: 'no cagues' (jij), 'no caguen' (jullie).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

caga
vosotroscagad
ustedescaguen
nosotroscaguemos
ustedcague

Gebruik 'cagar'-commando's direct: 'caga' (jij), 'caguen' (jullie), etc.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedescagarían
yocagaría
cagarías
vosotroscagaríais
nosotroscagaríamos
él/ella/ustedcagaría

Gebruik de conditionele wijs voor hypothetische situaties ('zou'): 'cagaría' (ik zou verpesten), 'cagarían' (zij zouden verpesten).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedescagaron
yocagué
cagaste
vosotroscagasteis
nosotroscagamos
él/ella/ustedcagó

Gebruik de preteritum voor voltooide handelingen in het verleden: 'cagué' (ik verpestte), 'cagó' (hij/zij verpestte).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedescagaban
yocagaba
cagabas
vosotroscagabais
nosotroscagábamos
él/ella/ustedcagaba

Gebruik de imperfectum voor lopende/gebruikelijke handelingen in het verleden: 'cagaba' (ik verpestte vroeger), 'cagaban' (zij verpestten vroeger).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedescagan
yocago
cagas
vosotroscagáis
nosotroscagamos
él/ella/ustedcaga

Gebruik de tegenwoordige tijd voor huidige handelingen of gewoonten: 'cago' (ik verpest), 'cagan' (zij verpesten).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedescagarán
yocagaré
cagarás
vosotroscagaréis
nosotroscagaremos
él/ella/ustedcagará

Gebruik de toekomende tijd voor voorspellingen: 'cagaré' (ik zal verpesten), 'cagarán' (zij zullen verpesten).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng cagar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cagar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.