cambiarVervoeging
cambiar betekent veranderen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Cambiar is regelmatig in de tegenwoordige tijd: cambio, cambias, cambia, cambiamos, cambiáis, cambian.
Future
De toekomende tijd van cambiar wordt gevormd door uitgangen toe te voegen aan het hele werkwoord: cambiaré, cambiarás, cambiará, cambiaremos, cambiaréis, cambiarán.
Imperfect
Cambiar is regelmatig in de onvoltooid verleden tijd: cambiaba, cambiabas, cambiaba, cambiábamos, cambiabais, cambiaban.
Conditional
De conditionele wijs van cambiar is regelmatig: cambiaría, cambiarías, cambiaría, cambiaríamos, cambiaríais, cambiarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van cambiar is regelmatig: cambié, cambiaste, cambió, cambiamos, cambiasteis, cambiaron.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van cambiar gebruikt de conjunctief tegenwoordige tijd: no cambies, no cambie, no cambiemos, no cambiéis, no cambien.
Imperative
De gebiedende wijs van cambiar geeft directe bevelen: cambia, cambie, cambiemos, cambiad, cambien.
Subjunctive
Present Subjunctive
De conjunctief tegenwoordige tijd van cambiar gebruikt -e uitgangen: cambie, cambies, cambie, cambiemos, cambiéis, cambien.
Imperfect Subjunctive
De conjunctief onvoltooid verleden tijd van cambiar is gebaseerd op de stam van de voltooid verleden tijd: cambiara, cambiaras, cambiara, cambiáramos, cambiarais, cambiaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cambiar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cambiar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cambiar in het Spaans?
cambiar betekent "veranderen".
Is cambiar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cambiar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cambiar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cambiar is: yo cambio, tú cambias, él/ella/usted cambia, nosotros cambiamos, vosotros cambiáis, ellos/ellas/ustedes cambian.
Hoe vervoeg je cambiar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cambiar is: yo cambié, tú cambiaste, él/ella/usted cambió, nosotros cambiamos, vosotros cambiasteis, ellos/ellas/ustedes cambiaron.
