cargarVervoeging
cargar betekent dragen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Cargar' is volledig regelmatig in de tegenwoordige tijd: cargo, cargas, carga, cargamos, cargáis, cargan.
Future
De toekomende tijd van 'cargar' is regelmatig, gevormd door het toevoegen van uitgangen aan het hele infinitief: cargaré, cargarás, cargará...
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van 'cargar' is regelmatig: cargaba, cargabas, cargaba, cargábamos, cargabais, cargaban.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'cargar' is regelmatig: cargaría, cargarías, cargaría, cargaríamos, cargaríais, cargarían.
Preterite
De verleden tijd van 'cargar' heeft een spellingwijziging in de 'yo'-vorm (cargué) om de harde 'g'-klank te behouden.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'cargar' gebruiken altijd de 'gu'-spelling: no cargues, no cargue, no carguemos, no carguéis, no carguen.
Imperative
De gebiedende wijs van 'cargar' geeft directe bevelen: carga (tú), cargue (usted), cargad (vosotros), carguen (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'cargar' vereist een 'gu'-spellingwijziging in alle vormen: cargue, cargues, cargue...
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs verleden tijd van 'cargar' is regelmatig: cargara, cargaras, cargara, cargáramos, cargarais, cargaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cargar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cargar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cargar in het Spaans?
cargar betekent "dragen".
Is cargar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cargar is een regular (with spelling change in preterite/subjunctive) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cargar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cargar is: yo cargo, tú cargas, él/ella/usted carga, nosotros cargamos, vosotros cargáis, ellos/ellas/ustedes cargan.
Hoe vervoeg je cargar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cargar is: yo cargué, tú cargaste, él/ella/usted cargó, nosotros cargamos, vosotros cargasteis, ellos/ellas/ustedes cargaron.
