Inklingo
Een close-up illustratie die laat zien hoe één hand voorzichtig een eenvoudige gouden trouwring op de ringvinger van een andere hand plaatst, wat het huwelijk symboliseert.

casarse

trouwen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular (reflexive) -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord casarse betekent trouwen.

Tegenwoordige tijd:

yome caso
te casas
él/ella/ustedse casa
nosotrosnos casamos
vosotrosos casáis
ellos/ellas/ustedesse casan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedse casa
yome caso
te casas
ellos/ellas/ustedesse casan
nosotrosnos casamos
vosotrosos casáis

De tegenwoordige tijd van casarse is regelmatig: me caso, te casas, se casa, nos casamos, os casáis, se casan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

él/ella/ustedse casará
yome casaré
te casarás
ellos/ellas/ustedesse casarán
nosotrosnos casaremos
vosotrosos casaréis

Het futurum van casarse gebruikt het infinitief als stam: me casaré, te casarás, se casará, nos casaremos, os casaréis, se casarán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedse casaba
yome casaba
te casabas
ellos/ellas/ustedesse casaban
nosotrosnos casábamos
vosotrosos casabais

Het imperfectum van casarse is regelmatig en volgt het -ar patroon: me casaba, te casabas, se casaba, nos casábamos, os casabais, se casaban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

conditional

él/ella/ustedse casaría
yome casaría
te casarías
ellos/ellas/ustedesse casarían
nosotrosnos casaríamos
vosotrosos casaríais

Het conditioneel van casarse is regelmatig: me casaría, te casarías, se casaría, nos casaríamos, os casaríais, se casarían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

él/ella/ustedse casó
yome casé
te casaste
ellos/ellas/ustedesse casaron
nosotrosnos casamos
vosotrosos casasteis

Het preteritum van casarse is regelmatig: me casé, te casaste, se casó, nos casamos, os casasteis, se casaron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

ustedesno se casen
nosotrosno nos casemos
no te cases
ustedno se case
vosotrosno os caséis

Het negatieve imperatief van casarse gebruikt het tegenwoordige subjunctief: no te cases, no se case, no nos casemos, no os caséis, no se casen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

ustedescásense
nosotroscasémonos
cásate
ustedcásese
vosotroscasaos

Het affirmatieve imperatief van casarse plakt voornaamwoorden aan het einde: cásate, cásese, casémonos, casaos, cásense.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

subjunctive

present

él/ella/ustedse case
yome case
te cases
ellos/ellas/ustedesse casen
nosotrosnos casemos
vosotrosos caséis

De tegenwoordige tijd van het subjunctief van casarse is regelmatig: me case, te cases, se case, nos casemos, os caséis, se casen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedse casara
yome casara
te casaras
ellos/ellas/ustedesse casaran
nosotrosnos casáramos
vosotrosos casarais

Het imperfectum subjunctief van casarse gebruikt de -ra uitgangen: me casara, te casaras, se casara, nos casáramos, os casarais, se casaran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng casarse van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'casarse' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.