Inklingo

casarse

kah-SAHR-sehkaˈsaɾse

casarse betekent trouwen in het Spaans (een verbintenis aangaan).

trouwenOok: in het huwelijksbootje stappen

WerkwoordA1regular (reflexive) ar
Een close-up illustratie die laat zien hoe één hand voorzichtig een eenvoudige gouden trouwring op de ringvinger van een andere hand plaatst, wat het huwelijk symboliseert.
infinitivecasarse
gerundcasándose
past Participlecasado

📝 In Actie

Mi hermana se casa el próximo mes en la playa.

A1

Mijn zus gaat volgende maand trouwen op het strand.

¿Con quién te casaste? ¡Nunca me lo dijiste!

A2

Met wie ben jij getrouwd? Je hebt het me nooit verteld!

Ellos decidieron casarse después de diez años de noviazgo.

B1

Ze besloten te trouwen na tien jaar daten.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • unirse (zich verenigen)
  • contraer matrimonio (het huwelijk aangaan)

Antoniemen

  • divorciarse (scheiden)
  • separarse (scheiden/uit elkaar gaan)

Veelvoorkomende Collocaties

  • casarse por la iglesiain de kerk trouwen
  • casarse por lo civilburgerlijk trouwen (op het gemeentehuis)

Indicative

Present

yome caso
te casas
él/ella/ustedse casa
nosotrosnos casamos
vosotrosos casáis
ellos/ellas/ustedesse casan

Imperfect

yome casaba
te casabas
él/ella/ustedse casaba
nosotrosnos casábamos
vosotrosos casabais
ellos/ellas/ustedesse casaban

Preterite

yome casé
te casaste
él/ella/ustedse casó
nosotrosnos casamos
vosotrosos casasteis
ellos/ellas/ustedesse casaron

Subjunctive

Present Subjunctive

yome case
te cases
él/ella/ustedse case
nosotrosnos casemos
vosotrosos caséis
ellos/ellas/ustedesse casen

Imperfect Subjunctive

yome casara
te casaras
él/ella/ustedse casara
nosotrosnos casáramos
vosotrosos casarais
ellos/ellas/ustedesse casaran

Woordenschatcollecties

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "casarse" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: casarse

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'casarse' correct?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
quedarselavarse
📚 Etymologie

Het woord komt van het Latijnse werkwoord *casare*, wat 'een huis bouwen' of 'in een huis brengen' betekende. In de loop van de tijd evolueerde dit naar 'een huishouden stichten' en uiteindelijk naar 'trouwen.'

Eerste vermelding: Medieval Latin period

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: casar-seCatalan: casar-se

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'casar' en 'casarse'?

'Casarse' (reflexief) betekent 'trouwen' — het onderwerp gaat een verbintenis aan. 'Casar' (niet-reflexief) betekent 'een huwelijksceremonie uitvoeren' of 'iemand anders uithuwelijken'. Voorbeeld: 'El cura casó a la pareja' (De priester trouwde het stel).

Heeft 'casarse' altijd het reflexieve voornaamwoord nodig (me, te, se, nos, os)?

Ja, bijna altijd, wanneer de betekenis is 'een huwelijk aangaan'. Dit komt doordat de handeling wordt beschouwd als iets wat je met jezelf of met een ander doet, wat het als een reflexieve handeling markeert.