casa
“casa” betekent “huis” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
huis, thuis
Ook: huishouden
📝 In Actie
Mi casa tiene un jardín muy bonito.
A1Mijn huis heeft een hele mooie tuin.
Estoy cansado, me voy a casa.
A1Ik ben moe, ik ga naar huis.
En esta casa, cenamos a las ocho.
A2In dit huishouden eten we om acht uur.
firma, huis
Ook: dynastie
📝 In Actie
Ella trabaja en una prestigiosa casa de modas.
B2Ze werkt bij een prestigieus modehuis.
La Casa de Alba es muy famosa en España.
C1Het Huis van Alba is erg beroemd in Spanje.
Esta casa editorial publica libros infantiles.
B2Dit uitgeverijhuis publiceert kinderboeken.
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: casa
Vraag 1 van 3
Hoe zeg je 'Ik ben thuis' in het Spaans?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Van het Latijnse woord 'casa', dat eigenlijk 'hut' of 'cottage' betekende. Na verloop van tijd verving het het grotere Latijnse woord 'domus' om het standaardwoord voor elk huis te worden.
Eerste vermelding: 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'casa' en 'hogar'?
'Casa' is het fysieke gebouw of de structuur, terwijl 'hogar' meer verwijst naar het emotionele gevoel van 'thuis' en de haard van de familie.
Moet ik altijd 'la' gebruiken bij 'casa'?
Nee. Als je naar huis gaat ('a casa') of thuis bent ('en casa'), laat je het lidwoord weg.
Kan 'casa' een werkwoord zijn?
Ja! Hoewel 'casa' een zelfstandig naamwoord is dat huis betekent, is het ook een vorm van het werkwoord 'casar' (trouwen), wat betekent 'hij/zij trouwt'.

