Inklingo

Hoe zeg je "huis" in het Spaans

Dutch → Spaans

casa

/KAH-sah//ˈkasa/

zelfstandig naamwoordA1neutraal
Gebruik 'casa' als je het algemene woord voor een woongebouw of woning bedoelt.
Een eenvoudig, gezellig huis met een rood dak en een kleine tuin.

Voorbeelden

Mi casa es tu casa.

Mijn huis is jouw huis.

Vamos a casa de María.

Laten we naar het huis van Maria gaan.

Trabajo desde casa.

Ik werk vanuit huis.

Gebruik van 'a casa' versus 'en casa'

Gebruik 'a casa' voor beweging richting huis (zoals 'naar huis gaan'), en 'en casa' voor de locatie thuis (zoals 'thuis zijn'). Bijvoorbeeld: 'Voy a casa' (Ik ga naar huis) versus 'Estoy en casa' (Ik ben thuis).

Het vergeten van het geslacht

Fout:El casa es grande.

Correctie: La casa es grande. Onthoud dat 'casa' een vrouwelijk woord is, dus het gebruikt 'la' en bijvoeglijke naamwoorden die het beschrijven eindigen meestal op '-a'.

residencia

reh-see-DEN-see-ah/resiˈðenθja/

zelfstandig naamwoordA2formeel
Gebruik 'residencia' voor een formelere aanduiding van een huis, vaak een hoofdverblijf of een statige woning.
Een gezellig, felgekleurd vrijstaand huis met een schoorsteen en een kleine tuin, wat een woonplaats aanduidt.

Voorbeelden

Su residencia principal está en la capital.

Hun hoofdresidentie is in de hoofdstad.

Necesitamos la dirección de su residencia para enviarle el paquete.

We hebben het adres van uw residentie nodig om u het pakket te sturen.

El presidente se mudó a su residencia oficial.

De president verhuisde naar zijn officiële residentie.

Altijd Vrouwelijk

Onthoud dat 'residencia' altijd een vrouwelijk woord is, dus u moet vrouwelijke lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden gebruiken (bijv. 'la residencia', 'una residencia grande'). Dit is vergelijkbaar met hoe het in het Nederlands vaak 'de woning' is, maar in het Spaans is het geslacht vast.

Verwarring met 'Hogar'

Fout:Het gebruiken van 'residencia' wanneer u verwijst naar een emotioneel gevoel van thuis zijn.

Correctie: Gebruik 'hogar' (thuisgevoel) wanneer u spreekt over het gevoel van comfort en verbondenheid, en 'residencia' voor de fysieke locatie of het officiële adres. In het Nederlands gebruiken we 'thuis' voor het gevoel en 'huis' of 'woning' voor de locatie.

cámara

zelfstandig naamwoordB1formeel
Gebruik 'cámara' alleen in specifieke contexten zoals 'Kamer van Afgevaardigden' of andere vergaderingen; het betekent *niet* een woonhuis.

Voorbeelden

La Cámara de Representantes votará la nueva ley mañana.

De Kamer van Afgevaardigden zal morgen over de nieuwe wet stemmen.

Verwarring tussen 'casa' en 'cámara'

De meest gemaakte fout is het gebruik van 'cámara' voor een woonhuis. 'Cámara' heeft in het Spaans vrijwel nooit de betekenis van een huis waar je in woont, tenzij het in een zeer specifieke context is, zoals een vergaderruimte. Gebruik altijd 'casa' voor een woning.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.