cenarVervoeging
cenar betekent avondeten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'cenar' is regelmatig: ceno, cenas, cena, cenamos, cenáis, cenan.
Future
De toekomende tijd van 'cenar' gebruikt het hele werkwoord als stam: cenaré, cenarás, cenará, cenaremos, cenaréis, cenarán.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'cenar' volgt het standaard -aba patroon: cenaba, cenabas, cenaba, cenábamos, cenabais, cenaban.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'cenar' is regelmatig: cenaría, cenarías, cenaría, cenaríamos, cenaríais, cenarían.
Preterite
Het onvoltooid verleden tijd van 'cenar' is regelmatig: cené, cenaste, cenó, cenamos, cenasteis, cenaron.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'cenar' gebruikt de tegenwoordige aanvoegende wijs: no cenes, no cene, no cenemos, no cenéis, no cenen.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'cenar' geeft bevelen: cena (jij), cenad (jullie), cene (u), cenen (u allen).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'cenar' gebruikt de -e uitgangen: cene, cenes, cene, cenemos, cenéis, cenen.
Imperfect Subjunctive
De onvoltooid verleden verleden aanvoegende wijs van 'cenar' gebruikt de -ara uitgangen: cenara, cenaras, cenara, cenáramos, cenarais, cenaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cenar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cenar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cenar in het Spaans?
cenar betekent "avondeten".
Is cenar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cenar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cenar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cenar is: yo ceno, tú cenas, él/ella/usted cena, nosotros cenamos, vosotros cenáis, ellos/ellas/ustedes cenan.
Hoe vervoeg je cenar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cenar is: yo cené, tú cenaste, él/ella/usted cenó, nosotros cenamos, vosotros cenasteis, ellos/ellas/ustedes cenaron.
