cepillarVervoeging
cepillar means borstelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van cepillar (cepillara/cepillase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van cepillar (cepille, cepilles, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no' + de tegenwoordige tijd van de conjunctief voor negatieve commando's: ¡no cepilles (jij), no cepille (u), etc.!
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs van cepillar voor directe commando's: ¡cepilla (jij), cepille (u), etc.!
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van cepillar (cepillaría, cepillarías, etc.) drukt 'zou' acties, beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van cepillar is regelmatig: cepillé, cepillaste, cepilló, cepillamos, cepillasteis, cepillaron.
Imperfect
De imperfectum van cepillar (cepillaba, cepillabas, etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van cepillar (cepillo, cepillas, cepilla, etc.) beschrijft gebruikelijke acties, dingen die nu gebeuren, of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van cepillar (cepillaré, cepillarás, etc.) geeft acties aan die zullen gebeuren.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng cepillar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cepillar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent cepillar in het Spaans?
cepillar betekent "borstelen".
Is cepillar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
cepillar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je cepillar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van cepillar is: yo cepillo, tú cepillas, él/ella/usted cepilla, nosotros cepillamos, vosotros cepilláis, ellos/ellas/ustedes cepillan.
Hoe vervoeg je cepillar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van cepillar is: yo cepillé, tú cepillaste, él/ella/usted cepilló, nosotros cepillamos, vosotros cepillasteis, ellos/ellas/ustedes cepillaron.
