circularVervoeging
circular means circuleren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd aanvoegende wijs 'circulara' of 'circulara' wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd aanvoegende wijs 'circule' wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen zoals 'no circules' (jij) en 'no circulen' (ustedes) gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'circula' (jij) en 'circulen' (ustedes) voor directe opdrachten.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs 'circularía' drukt hypothetische uitkomsten of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van circular is regelmatig: circulé, circulaste, circuló, circulamos, circulasteis, circularon.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd 'circulaba' beschrijft lopende of gewone acties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd 'circulo' beschrijft acties die nu gebeuren of gewone acties.
Future
De toekomende tijd 'circularé' geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng circular van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'circular' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent circular in het Spaans?
circular betekent "circuleren".
Is circular een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
circular is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je circular in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van circular is: yo circulo, tú circulas, él/ella/usted circula, nosotros circulamos, vosotros circuláis, ellos/ellas/ustedes circulan.
Hoe vervoeg je circular in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van circular is: yo circulé, tú circulaste, él/ella/usted circuló, nosotros circulamos, vosotros circulasteis, ellos/ellas/ustedes circularon.
