Inklingo
Een pan met kokend water op een fornuis met stoom die opstijgt.

cocer

koken

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een irregular (stem-changing and spelling changes) -er werkwoord.

Het Spaanse werkwoord cocer betekent koken.

Tegenwoordige tijd:

yocuezo
cueces
él/ella/ustedcuece
nosotroscocemos
vosotroscocéis
ellos/ellas/ustedescuecen

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedescocieran
yocociera
cocieras
vosotroscocierais
nosotroscociéramos
él/ella/ustedcociera

De verleden tijd conjunctief gebruikt de preteritum stam: cociera, cocieras, cociera, cociéramos, cocierais, cocieran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedescuezan
yocueza
cuezas
vosotroscozáis
nosotroscozamos
él/ella/ustedcueza

De tegenwoordige tijd van de conjunctief volgt de 'yo'-vormverandering: cueza, cuezas, cueza, cozamos, cozáis, cuezan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no cuezas
vosotrosno cozáis
ustedesno cuezan
nosotrosno cozamos
ustedno cueza

De negatieve gebiedende wijs gebruikt de tegenwoordige tijd conjunctief: no cuezas, no cueza, no cozamos, no cozáis, no cuezan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

cuece
vosotroscoced
ustedescuezan
nosotroscozamos
ustedcueza

De gebiedende wijs gebruikt 'cuece' voor tú en 'cueza/n' voor formele bevelen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedescocerían
yococería
cocerías
vosotroscoceríais
nosotroscoceríamos
él/ella/ustedcocería

De conditionele tijd van cocer is regelmatig: cocería, cocerías, cocería, coceríamos, coceríais, cocerían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedescocieron
yococí
cociste
vosotroscocisteis
nosotroscocimos
él/ella/ustedcoció

Cocer is regelmatig in de preteritum: cocí, cociste, coció, cocimos, cocisteis, cocieron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedescocían
yococía
cocías
vosotroscocíais
nosotroscocíamos
él/ella/ustedcocía

De verleden tijd onvoltooid van cocer is regelmatig: cocía, cocías, cocía, cocíamos, cocíais, cocían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedescuecen
yocuezo
cueces
vosotroscocéis
nosotroscocemos
él/ella/ustedcuece

Cocer is een werkwoord met stamverandering (o naar ue) met een spellingverandering in de 'yo'-vorm (z in plaats van c).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedescocerán
yococeré
cocerás
vosotroscoceréis
nosotroscoceremos
él/ella/ustedcocerá

De toekomende tijd van cocer is regelmatig: coceré, cocerás, cocerá, coceremos, coceréis, cocerán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng cocer van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cocer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.