Inklingo
Spaanse werkwoordvervoeging

cocerVervoeging

cocer means koken.

irregular (stem-changing and spelling changes)-er9 tenses52 forms
Ontdekken:

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

Subjunctive

Imperfect Subjunctive

yocociera
cocieras
él/ella/ustedcociera
nosotroscociéramos
vosotroscocierais
ellos/ellas/ustedescocieran

De verleden tijd conjunctief gebruikt de preteritum stam: cociera, cocieras, cociera, cociéramos, cocierais, cocieran.

Present Subjunctive

yocueza
cuezas
él/ella/ustedcueza
nosotroscozamos
vosotroscozáis
ellos/ellas/ustedescuezan

De tegenwoordige tijd van de conjunctief volgt de 'yo'-vormverandering: cueza, cuezas, cueza, cozamos, cozáis, cuezan.

Imperative

Negative Imperative

no cuezas
ustedno cueza
nosotrosno cozamos
vosotrosno cozáis
ustedesno cuezan

De negatieve gebiedende wijs gebruikt de tegenwoordige tijd conjunctief: no cuezas, no cueza, no cozamos, no cozáis, no cuezan.

Imperative

cuece
ustedcueza
nosotroscozamos
vosotroscoced
ustedescuezan

De gebiedende wijs gebruikt 'cuece' voor tú en 'cueza/n' voor formele bevelen.

Indicative

Conditional

yococería
cocerías
él/ella/ustedcocería
nosotroscoceríamos
vosotroscoceríais
ellos/ellas/ustedescocerían

De conditionele tijd van cocer is regelmatig: cocería, cocerías, cocería, coceríamos, coceríais, cocerían.

Preterite

yococí
cociste
él/ella/ustedcoció
nosotroscocimos
vosotroscocisteis
ellos/ellas/ustedescocieron

Cocer is regelmatig in de preteritum: cocí, cociste, coció, cocimos, cocisteis, cocieron.

Imperfect

yococía
cocías
él/ella/ustedcocía
nosotroscocíamos
vosotroscocíais
ellos/ellas/ustedescocían

De verleden tijd onvoltooid van cocer is regelmatig: cocía, cocías, cocía, cocíamos, cocíais, cocían.

Present

yocuezo
cueces
él/ella/ustedcuece
nosotroscocemos
vosotroscocéis
ellos/ellas/ustedescuecen

Cocer is een werkwoord met stamverandering (o naar ue) met een spellingverandering in de 'yo'-vorm (z in plaats van c).

Future

yococeré
cocerás
él/ella/ustedcocerá
nosotroscoceremos
vosotroscoceréis
ellos/ellas/ustedescocerán

De toekomende tijd van cocer is regelmatig: coceré, cocerás, cocerá, coceremos, coceréis, cocerán.

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng cocer van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'cocer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.

Veelgestelde Vragen

Wat betekent cocer in het Spaans?

cocer betekent "koken".

Is cocer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

cocer is een irregular (stem-changing and spelling changes) -er werkwoord in het Spaans.

Hoe vervoeg je cocer in de tegenwoordige tijd?

De tegenwoordige tijd van cocer is: yo cuezo, tú cueces, él/ella/usted cuece, nosotros cocemos, vosotros cocéis, ellos/ellas/ustedes cuecen.

Hoe vervoeg je cocer in de verleden tijd (preteritum)?

De verleden tijd van cocer is: yo cocí, tú cociste, él/ella/usted coció, nosotros cocimos, vosotros cocisteis, ellos/ellas/ustedes cocieron.

Gratis afdrukbare referentie

cocer vervoegingsspiekbrief

cocer vervoegingsspiekbriefje — tegenwoordige tijd, verleden tijd, onvoltooid verleden tijd, toekomende tijd en voorwaardelijke wijs