colocarVervoeging
colocar betekent plaatsen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van colocar is volledig regelmatig: coloco, colocas, coloca, colocamos, colocáis, colocan.
Future
De toekomende tijd van colocar is regelmatig: colocaré, colocarás, colocará, colocaremos, colocaréis, colocarán.
Imperfect
De imperfecto van colocar is regelmatig: colocaba, colocabas, colocaba, colocábamos, colocabais, colocaban.
Conditional
De conditioneel van colocar is regelmatig: colocaría, colocarías, colocaría, colocaríamos, colocaríais, colocarían.
Preterite
De preterito van colocar kent een spellingwijziging in de eerste persoon enkelvoud: coloqué, colocaste, colocó, colocamos, colocasteis, colocaron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs van colocar gebruikt 'qu' in alle vormen: no coloques, no coloque, no coloquemos, no coloquéis, no coloquen.
Imperative
De gebiedende wijs van colocar geeft commando's: coloca (tú), coloque (usted), coloquemos (nosotros), colocad (vosotros), coloquen (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctief van colocar gebruikt 'qu' in alle vormen: coloque, coloques, coloque, coloquemos, coloquéis, coloquen.
Imperfect Subjunctive
De imperfecto subjunctief van colocar is regelmatig: colocara, colocaras, colocara, colocáramos, colocarais, colocaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng colocar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'colocar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent colocar in het Spaans?
colocar betekent "plaatsen".
Is colocar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
colocar is een regular (with spelling change in some tenses) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je colocar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van colocar is: yo coloco, tú colocas, él/ella/usted coloca, nosotros colocamos, vosotros colocáis, ellos/ellas/ustedes colocan.
Hoe vervoeg je colocar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van colocar is: yo coloqué, tú colocaste, él/ella/usted colocó, nosotros colocamos, vosotros colocasteis, ellos/ellas/ustedes colocaron.
