compadecerVervoeging
compadecer betekent medelijden hebben met.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd conjunctief is regelmatig gebaseerd op de stam van de derde persoon verleden tijd: compadeciera.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief gebruikt de stam 'compadezc-' voor alle personen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken altijd de 'zc'-stam: no compadezcas.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'compadece' voor tú en 'compadezca' voor formele bevelen.
Indicative
Conditional
Compadecer is regelmatig in de voorwaardelijke wijs: compadecería, compadecerías.
Preterite
Compadecer is volledig regelmatig in de verleden tijd: compadecí, compadeció.
Imperfect
Compadecer is regelmatig in de verleden tijd onvoltooid: compadecía, compadecías.
Present
Compadecer is onregelmatig in de eerste persoon (compadezco), maar regelmatig voor alle andere vormen.
Future
Compadecer is regelmatig in de toekomende tijd: compadeceré, compadecerás.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng compadecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'compadecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent compadecer in het Spaans?
compadecer betekent "medelijden hebben met".
Is compadecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
compadecer is een irregular (z before c) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je compadecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van compadecer is: yo compadezco, tú compadeces, él/ella/usted compadece, nosotros compadecemos, vosotros compadecéis, ellos/ellas/ustedes compadecen.
Hoe vervoeg je compadecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van compadecer is: yo compadecí, tú compadeciste, él/ella/usted compadeció, nosotros compadecimos, vosotros compadecisteis, ellos/ellas/ustedes compadecieron.
