componerVervoeging
componer means componeren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief van componer gebruikt de onregelmatige stam 'compusie-': compusiera, compusieras, compusiera.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van componer is gebaseerd op de 'yo'-vorm: componga, compongas, componga.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van componer gebruikt de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no compongas, no componga.
Imperative
De gebiedende wijs van componer heeft een korte 'tú'-vorm: compón.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van componer gebruikt de onregelmatige stam 'compondr-': compondría, compondrías, compondría.
Preterite
De verleden tijd van componer gebruikt de onregelmatige stam 'compus-' met specifieke uitgangen: compuse, compusiste, compuso.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van componer is regelmatig: componía, componías, componía, componíamos, componíais, componían.
Present
De tegenwoordige tijd van componer is onregelmatig in de eerste persoon (yo compongo), en volgt daarna het patroon van 'poner'.
Future
De toekomende tijd van componer gebruikt de onregelmatige stam 'compondr-': compondré, compondrás, compondrá.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng componer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'componer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent componer in het Spaans?
componer betekent "componeren".
Is componer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
componer is een irregular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je componer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van componer is: yo compongo, tú compones, él/ella/usted compone, nosotros componemos, vosotros componéis, ellos/ellas/ustedes componen.
Hoe vervoeg je componer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van componer is: yo compuse, tú compusiste, él/ella/usted compuso, nosotros compusimos, vosotros compusisteis, ellos/ellas/ustedes compusieron.
