comprobarVervoeging
comprobar betekent controleren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Comprobar' is een werkwoord met een stamverandering (o > ue) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van 'comprobar' is regelmatig: comprobaré, comprobarás, comprobará, comprobaremos, comprobaréis, comprobarán.
Imperfect
De imperfectum van 'comprobar' is regelmatig: comprobaba, comprobabas, comprobaba, comprobábamos, comprobabais, comprobaban.
Conditional
De conditioneel van 'comprobar' is regelmatig: comprobaría, comprobarías, comprobaría, comprobaríamos, comprobaríais, comprobarían.
Preterite
De preteritum van 'comprobar' is regelmatig: comprobé, comprobaste, comprobó, comprobamos, comprobasteis, comprobaron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken de conjunctief tegenwoordige tijd: no compruebes, no compruebe, no comprobemos, no comprobéis, no comprueben.
Imperative
Gebruik 'comprueba' (tú) of 'compruebe' (usted) om iemand te vertellen iets te controleren.
Subjunctive
Present Subjunctive
De conjunctief tegenwoordige tijd volgt de stamverandering (o > ue): compruebe, compruebes, compruebe, comprobemos, comprobéis, comprueben.
Imperfect Subjunctive
De conjunctief imperfectum is regelmatig: comprobara, comprobaras, comprobara, comprobáramos, comprobarais, comprobaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng comprobar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'comprobar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent comprobar in het Spaans?
comprobar betekent "controleren".
Is comprobar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
comprobar is een stem-changing (o > ue in specific forms) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je comprobar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van comprobar is: yo compruebo, tú compruebas, él/ella/usted comprueba, nosotros comprobamos, vosotros comprobáis, ellos/ellas/ustedes comprueban.
Hoe vervoeg je comprobar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van comprobar is: yo comprobé, tú comprobaste, él/ella/usted comprobó, nosotros comprobamos, vosotros comprobasteis, ellos/ellas/ustedes comprobaron.
