concederVervoeging
conceder means verlenen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'concediera' of 'concediese' (yo/él/ella/usted) en 'concedieras' of 'concedieses' (tú) voor hypothetische situaties in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik 'conceda' (yo/él/ella/usted) en 'concedas' (tú) na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of noodzaak.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik de presens subjunctief met 'no': 'no concedas' (tú), 'no conceda' (usted), etc.
Imperative
Gebruik 'concede' (tú), 'conceda' (usted), 'concedamos' (nosotros), 'concedan' (ustedes), 'conceded' (vosotros) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditioneel van conceder is regelmatig: concedería, concederías, concedería, concederíamos, concederíais, concederían.
Preterite
De preteritum van conceder is regelmatig: concedí, concediste, concedió, concedimos, concedisteis, concedieron.
Imperfect
De imperfectum van conceder is regelmatig: concedía, concedías, concedía, concedíamos, concedíais, concedían.
Present
De presens van conceder is regelmatig: concedo, concedes, concede, concedemos, concedéis, conceden.
Future
De futurum van conceder is regelmatig: concederé, concederás, concederá, concederemos, concederéis, concederán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng conceder van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'conceder' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent conceder in het Spaans?
conceder betekent "verlenen".
Is conceder een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
conceder is een regular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je conceder in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van conceder is: yo concedo, tú concedes, él/ella/usted concede, nosotros concedemos, vosotros concedéis, ellos/ellas/ustedes conceden.
Hoe vervoeg je conceder in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van conceder is: yo concedí, tú concediste, él/ella/usted concedió, nosotros concedimos, vosotros concedisteis, ellos/ellas/ustedes concedieron.
