concluirVervoeging
concluir means afmaken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'concluir' gebruikt de 'y' van de voltooid verleden tijd: concluyera, concluyeras, concluyera...
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'concluir' gebruikt de 'y' in alle vormen: concluya, concluyas, concluya, concluyamos, concluyáis, concluyan.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt altijd de vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no concluyas, no concluya, no concluyamos, no concluyáis, no concluyan.
Imperative
De gebiedende wijs vormen voor 'concluir' zijn: concluye (tú), concluya (usted), concluyamos (nosotros), concluid (vosotros), concluyan (ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'concluir' is regelmatig: concluiría, concluirías, concluiría, concluiríamos, concluiríais, concluirían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'concluir' heeft een 'y' in de derde persoon vormen: concluyó en concluyeron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'concluir' is regelmatig: concluía, concluías, concluía, concluíamos, concluíais, concluían.
Present
In de tegenwoordige tijd is 'concluir' onregelmatig: de 'i' verandert in 'uy' in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van 'concluir' is regelmatig: concluiré, concluirás, concluirá, concluiremos, concluiréis, concluirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng concluir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'concluir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent concluir in het Spaans?
concluir betekent "afmaken".
Is concluir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
concluir is een irregular spelling change -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je concluir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van concluir is: yo concluyo, tú concluyes, él/ella/usted concluye, nosotros concluimos, vosotros concluís, ellos/ellas/ustedes concluyen.
Hoe vervoeg je concluir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van concluir is: yo concluí, tú concluiste, él/ella/usted concluyó, nosotros concluimos, vosotros concluisteis, ellos/ellas/ustedes concluyeron.
