concordarVervoeging
concordar means overeenkomen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief is regelmatig gebaseerd op de preteritum: concordara, concordaras, concordara, concordáramos, concordarais, concordaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van concordar heeft de o > ue verandering: concuerde, concuerdes, concuerde, concordemos, concordéis, concuerden.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt de conjunctief tegenwoordige tijd: no concuerdes (tú), no concordemos (nosotros), no concuerden (ustedes).
Imperative
Gebruik de imperatief om overeenkomst te bevelen of te vragen: concuerda (tú), concordad (vosotros), concuerde (usted).
Indicative
Conditional
Concordar is regelmatig in de conditioneel: concordaría, concordarías, concordaría, concordaríamos, concordaríais, concordarían.
Preterite
Concordar is regelmatig in de preteritum: concordé, concordaste, concordó, concordamos, concordasteis, concordaron.
Imperfect
Concordar is regelmatig in de imperfectum: concordaba, concordabas, concordaba, concordábamos, concordabais, concordaban.
Present
Concordar is een o > ue stamveranderend werkwoord in de tegenwoordige tijd: concuerdo, concuerdas, concuerda, concordamos, concordáis, concuerdan.
Future
Concordar is regelmatig in de toekomende tijd: concordaré, concordarás, concordará, concordaremos, concordaréis, concordarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng concordar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'concordar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent concordar in het Spaans?
concordar betekent "overeenkomen".
Is concordar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
concordar is een irregular (stem-changing) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je concordar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van concordar is: yo concuerdo, tú concuerdas, él/ella/usted concuerda, nosotros concordamos, vosotros concordáis, ellos/ellas/ustedes concuerdan.
Hoe vervoeg je concordar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van concordar is: yo concordé, tú concordaste, él/ella/usted concordó, nosotros concordamos, vosotros concordasteis, ellos/ellas/ustedes concordaron.
