conservarVervoeging
conservar betekent bewaren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'conservara' of 'conservase' (en varianten) voor hypothetische of onzekere situaties uit het verleden met 'conservar'.
Present Subjunctive
Gebruik 'conserve', 'conservemos', 'conserven' etc. voor wensen, twijfels, emoties en onzekerheid met 'conservar'.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no conserves', 'no conserve', 'no conservemos', 'no conservéis', 'no conserven' voor negatieve bevelen met 'conservar'.
Imperative
Gebruik 'conserva', 'conserve', 'conservemos', 'conservad', 'conserven' voor directe bevelen met 'conservar'.
Indicative
Imperfect
Gebruik 'conservaba' etc. voor voortdurende of gebruikelijke handelingen en beschrijvingen in het verleden met 'conservar'.
Present
Gebruik 'conservo', 'conservas', 'conserva', 'conservamos', 'conserváis', 'conservan' voor handelingen, gewoontes en waarheden in het heden met 'conservar'.
Preterite
Gebruik 'conservé', 'conservaste', 'conservó', 'conservamos', 'conservasteis', 'conservaron' voor voltooide handelingen in het verleden met 'conservar'.
Conditional
Gebruik 'conservaría', 'conservarías', 'conservaría', etc. voor hypothetische situaties ('zou bewaren') en beleefde verzoeken met 'conservar'.
Future
Gebruik 'conservaré', 'conservarás', 'conservará', etc. voor toekomstige handelingen of waarschijnlijkheid met 'conservar'.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng conservar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'conservar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent conservar in het Spaans?
conservar betekent "bewaren".
Is conservar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
conservar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je conservar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van conservar is: yo conservo, tú conservas, él/ella/usted conserva, nosotros conservamos, vosotros conserváis, ellos/ellas/ustedes conservan.
Hoe vervoeg je conservar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van conservar is: yo conservé, tú conservaste, él/ella/usted conservó, nosotros conservamos, vosotros conservasteis, ellos/ellas/ustedes conservaron.
