constarVervoeging
constar betekent bestaan uit.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'constar' (constara/constase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'constar' (conste, constes, constemos, consten) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'constar' gebruikt de tegenwoordige tijd van de conjunctief, bv. 'no constes' (tú) en 'no consten' (ustedes).
Imperative
Het gebiedende wijs van 'constar' is grotendeels regelmatig, met commando's zoals 'consta' (tú) en 'constad' (vosotros).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'constar' is regelmatig: constaría, constarías, constaría, constaríamos, constaríais, constarían.
Preterite
De preteritum van 'constar' is regelmatig: consté, constaste, constó, constamos, constasteis, constaron.
Imperfect
De imperfectum van 'constar' is regelmatig: constaba, constabas, constaba, constábamos, constabais, constaban.
Present
De tegenwoordige tijd van de indicatief van 'constar' is regelmatig: consto, constas, consta, constamos, constáis, constan.
Future
De toekomende tijd van 'constar' is regelmatig: constaré, constarás, constará, constaremos, constaréis, constarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng constar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'constar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent constar in het Spaans?
constar betekent "bestaan uit".
Is constar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
constar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je constar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van constar is: yo consto, tú constas, él/ella/usted consta, nosotros constamos, vosotros constáis, ellos/ellas/ustedes constan.
Hoe vervoeg je constar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van constar is: yo consté, tú constaste, él/ella/usted constó, nosotros constamos, vosotros constasteis, ellos/ellas/ustedes constaron.
