construirVervoeging
construir betekent bouwen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
In de tegenwoordige tijd voegt 'construir' een 'y' toe vóór de uitgang in alle vormen behalve 'nosotros' en 'vosotros'.
Future
De toekomende tijd van 'construir' is volledig regelmatig, waarbij de volledige infinitief als stam wordt gebruikt.
Imperfect
Het imperfectum van 'construir' is regelmatig en volgt de standaard -ía uitgangen voor -ir werkwoorden.
Conditional
Het conditioneel van 'construir' is regelmatig en voegt -ía uitgangen toe aan de infinitief.
Preterite
Het preteritum van 'construir' is onregelmatig in de derde persoon, waarbij de 'i' wordt vervangen door een 'y' (construyó, construyeron).
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief gebruikt altijd de presens subjunctief vormen: no construyas, no construya.
Imperative
Het imperatief gebruikt 'construye' voor 'tú' en 'construya/n' voor formele bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
Het presens subjunctief van 'construir' gebruikt de 'y' van de 'yo'-vorm: construya, construyas, etc.
Imperfect Subjunctive
Het imperfectum subjunctief is gebaseerd op de preteritum 'ellos'-vorm: construyeran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng construir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'construir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent construir in het Spaans?
construir betekent "bouwen".
Is construir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
construir is een irregular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je construir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van construir is: yo construyo, tú construyes, él/ella/usted construye, nosotros construimos, vosotros construís, ellos/ellas/ustedes construyen.
Hoe vervoeg je construir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van construir is: yo construí, tú construiste, él/ella/usted construyó, nosotros construimos, vosotros construisteis, ellos/ellas/ustedes construyeron.
