contarVervoeging
contar betekent tellen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Contar' is een stamklinkerwisselend werkwoord (o > ue) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van 'contar' is regelmatig: contaré, contarás, contará, contaremos, contaréis, contarán.
Imperfect
De imperfecto van 'contar' is regelmatig: contaba, contabas, contaba, contábamos, contabais, contaban.
Conditional
De conditionele van 'contar' is regelmatig: contaría, contarías, contaría, contaríamos, contaríais, contarían.
Preterite
De preterito van 'contar' is regelmatig: conté, contaste, contó, contamos, contasteis, contaron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve gebiedende wijzen gebruiken de tegenwoordige subjunctivo: no cuentes, no cuente, no contemos, no contéis, no cuenten.
Imperative
De gebiedende wijs van 'contar' gebruikt de met stamklinkerwisseling 'cuenta' voor tú en 'cuente' voor usted.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctivo van 'contar' behoudt de o > ue stamklinkerwisseling: cuente, cuentes, cuente, contemos, contéis, cuenten.
Imperfect Subjunctive
De imperfecto subjunctivo van 'contar' wordt gevormd uit de preterito: contara, contaras, contara, contáramos, contarais, contaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng contar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'contar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent contar in het Spaans?
contar betekent "tellen".
Is contar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
contar is een irregular (stem-changing o > ue) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je contar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van contar is: yo cuento, tú cuentas, él/ella/usted cuenta, nosotros contamos, vosotros contáis, ellos/ellas/ustedes cuentan.
Hoe vervoeg je contar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van contar is: yo conté, tú contaste, él/ella/usted contó, nosotros contamos, vosotros contasteis, ellos/ellas/ustedes contaron.
