contenerVervoeging
contener betekent bevatten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd aanvoegende wijs gebruikt de 'contuv-' stam: contuviera, contuvieras, contuviera, contuviéramos, contuvierais, contuvieran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs is gebaseerd op de 'yo'-vorm: contenga, contengas, contenga, contengamos, contengáis, contengan.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no contengas, no contenga, no contengamos, no contengáis, no contengan.
Imperative
Directe bevelen voor contener: contén (tú), contenga (usted), contened (vosotros), contengan (ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs gebruikt de onregelmatige stam 'contendr-': contendría, contendrías, contendría, contendríamos, contendríais, contendrían.
Preterite
De voltooid verleden tijd gebruikt de onregelmatige 'tuv'-stam: contuve, contuviste, contuvo, contuvimos, contuvisteis, contuvieron.
Imperfect
De verleden tijd van contener is volledig regelmatig: contenía, contenías, contenía, conteníamos, conteníais, contenían.
Present
De tegenwoordige tijd van contener volgt het 'tener'-patroon: contengo, contienes, contiene, contenemos, contenéis, contienen.
Future
De toekomende tijd gebruikt de onregelmatige stam 'contendr-': contendré, contendrás, contendrá, contendremos, contendréis, contendrán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng contener van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'contener' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent contener in het Spaans?
contener betekent "bevatten".
Is contener een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
contener is een irregular (follows the 'tener' pattern) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je contener in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van contener is: yo contengo, tú contienes, él/ella/usted contiene, nosotros contenemos, vosotros contenéis, ellos/ellas/ustedes contienen.
Hoe vervoeg je contener in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van contener is: yo contuve, tú contuviste, él/ella/usted contuvo, nosotros contuvimos, vosotros contuvisteis, ellos/ellas/ustedes contuvieron.
