contraerVervoeging
contraer betekent samentrekken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief gebruikt de 'j'-stam: contrajera, contrajeras, contrajera.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief gebruikt de stam 'contraig-': contraiga, contraigas, contraiga.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt altijd de conjunctief tegenwoordige tijd vormen: no contraigas, no contraiga.
Imperative
De imperatief gebruikt 'contrae' voor de informele 'tú' en 'contraiga' voor de formele 'usted'.
Indicative
Conditional
De conditioneel van contraer is regelmatig: contraería, contraerías, contraería.
Preterite
De preteritum van contraer is zeer onregelmatig en gebruikt een 'j'-stam: contraje, contrajiste, contrajo.
Imperfect
De imperfectum van contraer is volledig regelmatig: contraía, contraías, contraía.
Present
De tegenwoordige tijd van contraer is onregelmatig in de 'yo'-vorm (contraigo), maar volgt verder reguliere -er patronen.
Future
De toekomende tijd van contraer is regelmatig: contraeré, contraerás, contraerá.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng contraer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'contraer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent contraer in het Spaans?
contraer betekent "samentrekken".
Is contraer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
contraer is een irregular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je contraer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van contraer is: yo contraigo, tú contraes, él/ella/usted contrae, nosotros contraemos, vosotros contraéis, ellos/ellas/ustedes contraen.
Hoe vervoeg je contraer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van contraer is: yo contraje, tú contrajiste, él/ella/usted contrajo, nosotros contrajimos, vosotros contrajisteis, ellos/ellas/ustedes contrajeron.
