convencerVervoeging
convencer betekent overtuigen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van convencer is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm: convenzo.
Future
De toekomende tijd van convencer is regelmatig: convenceré, convencerás, convencerá, convenceremos, convenceréis, convencerán.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van convencer is regelmatig: convencía, convencías, convencía, convencíamos, convencíais, convencían.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van convencer is regelmatig: convencería, convencerías, convencería, convenceríamos, convenceríais, convencerían.
Preterite
De verleden tijd van convencer is regelmatig: convencí, convenciste, convenció, convencimos, convencisteis, convencieron.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van convencer gebruikt altijd de 'z': no convenzas, no convenza, no convenzamos, no convenzáis, no convenzan.
Imperative
De gebiedende wijs van convencer gebruikt 'convence' (tú) en 'convenza' (usted).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van convencer gebruikt de 'z' in alle vormen: convenza, convenzas, convenza, convenzamos, convenzáis, convenzan.
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs onvoltooide verleden tijd van convencer is regelmatig: convenciera, convencieras, convenciera, convenciéramos, convencierais, convencieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng convencer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'convencer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent convencer in het Spaans?
convencer betekent "overtuigen".
Is convencer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
convencer is een regular (-er) with a spelling change (c to zc) in the 'yo' form and all of the present subjunctive. -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je convencer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van convencer is: yo convenzo, tú convences, él/ella/usted convence, nosotros convencemos, vosotros convencéis, ellos/ellas/ustedes convencen.
Hoe vervoeg je convencer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van convencer is: yo convencí, tú convenciste, él/ella/usted convenció, nosotros convencimos, vosotros convencisteis, ellos/ellas/ustedes convencieron.
